Onze Zwemlessen

Zwemmen is een complexe vaardigheid en vergt veel van kinderen. Vroeger begonnen de meeste kinderen op 6- of 7-jarige leeftijd met zwemles. Het A-diploma bestond alleen uit het zwemmen van de schoolslag, rugslag en watertrappen. Het diploma kon behaald worden zonder met het hoofd onder water te gaan. Voor het B-diploma moest onder water gezwommen worden. Tegenwoordig moeten de kinderen voor het A-diploma ook onder water zwemmen en moeten ze de borst- en rugcrawl kunnen en bovendien zijn ze jonger als ze beginnen met de zwemles, 4 of 5 jaar. Het is dan niet realistisch te verwachten dat kinderen in drie maanden een diploma halen als aan alle eisen van het diploma voldaan moet worden.


Inhoud van de zwemles

In de fase tot het A-diploma kennen we vier niveaus. In het eerste niveau(Kikker) worden de kinderen watervrij gemaakt en leren ze de borst- en rugcrawl, in het tweede niveau(Goudvis) ligt het accent op het aanleren van de beenslag van de schoolslag(‘vissenstaart’) geleerd, in de derde fase(Dolfijn) vormt de schoolslag de hoofdmoot van de les. In de vierde fase gaan kinderen naar het ‘afstandzwemmen’. Ze beheersen dan de technische vaardigheden voor het A-diploma en dan wordt er vooral geoefend op de afstanden afleggen. Het overgaan van het ene naar het andere niveau kan plaatsvinden door het kind over te plaatsen naar een andere groep maar het kan ook plaatsvinden binnen de bestaande groep. Binnen de groepen wordt gedifferentieerd tijdens de les omdat niet alle kinderen zich in hetzelfde tempo ontwikkelen. Aan het begin van een tienweekse zwemperiode worden de groepen opnieuw ingedeeld, maar tijdens iedere les wordt in de gaten gehouden of het kind nog voldoende leert binnen zijn of haar groep.

Bij aanvang van de lessen wordt bekeken wat kinderen al kunnen in het water en bij die eerste stap zijn de ouders van harte welkom. Tijdens de lessenserie is er in de tweede helft van de periode een kijkles, waarbij ouders het laatste half uur de les kunnen bijwonen. De zweminstructeur geeft dan uitleg over wat er tijdens de les gedaan wordt en op welk niveau ieder kind zit. Ook de laatste les van de zwemperiode zijn ouders welkom bij het laatste half uur van de zwemles. 
Als ouders tussen de contactmomenten vragen hebben, kunnen ze altijd een mail sturen en krijgen ze antwoord van de zweminstructeur die hun kind zwemles geeft.
Als wij constateren dat een kind wat minder snel vordert dan wij verwachten, dan bieden we kosteloos extra zwemlessen aan. Of we geven een kind tijdens de reguliere zwemles een deel van de les privéles of we organiseren tijdens een les een kleine groep kinderen die moeite hebben met hetzelfde onderdeel.

Diploma Eisen

Diploma A

Gekleed zwemmen
Kledingeisen:
- korte broek of rok (knielengte); geen sportbroek
- t shirt
- schoenen (met zool); geen balletschoenen
Met rechte sprong te water
• 12,5 meter schoolslag, onder lijn door zwemmen, 1/2 draai om de lengteas.
• 12,5 meter enkelvoudig rugslag, zelfstandig uit het water klimmen
Zwemmen in badkleding:
• Met duik, eventueel sprong te water, onder water oriënteren, 3 meter onder water zwemmen, door gat in verticaal hangend zeil.
• 50 meter schoolslag.
• 50 meter enkelvoudige rugslag
• 10 en 5 seconden drijven op borst.
• 2 x 10 seconden drijven op rug, onderbroken door watertrappen.
• 10 meter beginners-borstcrawl.
• 10 meter beginners-rugcrawl.
60 seconden watertrappen, waarbij 2 x hele draai om lengteas.

Diploma B

Kledingeisen:
- lange broek (geen aansluitende legging)
- t shirt met lange mouwen
- schoenen met zool (geen balletschoenen)
Gekleed zwemmen:
• Rol achterover van de kant te water, 30 seconden watertrappen.
• 25 meter schoolslag, onderbroken door onder vlot door zwemmen en hele draai(boomstamrol).
• 25 meter enkelvoudige rugslag, zelfstandig uit het water klimmen
Zwemmen in badkleding:
• Met een duik te water, onder water oriënteren, 6 meter onder water zwemmen, door gat in verticaal hangend zeil.
• 75 meter schoolslag, onderbroken door 3 x voetwaarts naar bodem zakken.
• 75 meter enkelvoudige rugslag.
• 10 en 7 seconden drijven op borst, onderbroken door watertrappen.
• 10 en 15 seconden drijven op rug, onderbroken door watertrappen.
• Met duik te water, 2 keer 10 meter borstcrawl. Achterover rollen in het water en 2 keer 10 meter rugcrawl.
30 seconden watertrappen met armen en benen en 30 seconden met de benen

Diploma C

Kledingeisen:
- lange broek (geen aansluitende legging)
- t shirt met lange mouwen
- schoenen met zool (geen balletschoenen)
- regenjas
Gekleed zwemmen:
• Koprol voorover te water
• 30 seconden watertrappen en 30 seconden drijven met behulp van drijfmiddel(HELP-houding), 50 meter schoolslag onder vlot door zwemmen en over vlot heen klimmen.
• 50 meter enkelvoudige rugslag, uit het water klimmen.
Zwemmen in badkleding:
• Met kopsprong te water, onder water oriënteren, 9 meter onder water zwemmen, door gat in verticaal hangend zeil.
• 125 meter schoolslag, onderbroken door 2 x koprol voorover en 2 x hoekduik.
• 100 meter enkelvoudige rugslag.
• 2 x 10 seconden drijven op borst, onderbroken door watertrappen.
• 10 en 20 seconden drijven op rug, onderbroken door watertrappen.
• 20 meter borstcrawl (met zijwaartse ademhaling).
• 20 meter rugcrawl.
• Hurksprong en 5 meter wrikken.
30 seconden watertrappen met armen en benen en verplaatsen, in verschillende richtingen, 30 seconden verticaal drijven met gebruik van armen.

Diploma 1

• Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong naar keuze, onmiddellijk gevolgd door 150 meter schoolslag, waarbij minimaal 2 keer een correct keerpunt wordt gemaakt
• Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of startblok), gevolgd door 25 meter samengestelde rugslag
• Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een startsprong, gevolgd door 25 meter borstcrawl
• Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of startblok) met wedstrijdstart, gevolgd door 25 meter rugcrawl
• Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een startsprong, gevolgd door 8 meter (beginners)vlinderslag
• Te water gaan van de bassinrand of een startblok, met een sprong naar keuze; een aantal slagen schoolslag zwemmen, onmiddellijk gevolgd door het maken van een hoekduik en daarna het aantikken van drie pilonnen, die op een onderlinge afstand van 2 meter minimaal 2 meter onder het wateroppervlak zijn opgesteld
• In het water, rugligging, handen bij de heupen, 5 meter wrikken (stuwen) in de richting van het hoofd, proef afronden met een gehurkte draai (360°)
• In het water, tweetallen, 4 x de bal werpen
• Starten in het water, 10 meter polocrawl zwemmen
30 Seconden ongelijkzijdig watertrappen

Diploma 2

• Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong naar keuze, onmiddellijk gevolgd door 175 m schoolslag, waarbij minimaal 2 keer een correct keerpunt wordt gemaakt
• Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of startblok), gevolgd door 50 m samengestelde rugslag
• Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een startsprong, gevolgd door 50 m borstcrawl
• Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of startblok) met wedstrijdstart, gevolgd door 50 m rugcrawl
• Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een startsprong, gevolgd door 10 m vlinderslag
• Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong naar keuze, een aantal slagen schoolslag zwemmen, onmiddellijk gevolgd door het maken van een hoekduik en daarna onder water door 2 staande hoepels zwemmen die op een onderlinge afstand van 2 m minimaal 1,5 m onder het wateroppervlak zijn opgesteld
• In het water, rugligging, handen bij de heupen, 5 m wrikken (stuwen) in de richting van de voeten; proef afronden met een gehurkte draai (360°) rechtsom, uitstrekken en aansluitend een draai (360°) linksom
• In het water, met tweetallen, 4 x de bal werpen
• Starten in het water, 10 m zwemmen met de bal met de polocrawl
30 Seconden ongelijkzijdig watertrappen, op signaal 3 keer omhoog komen

Diploma 3

• Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong naar keuze, onmiddellijk gevolgd door 200 m schoolslag, waarbij minimaal 3 keer een correct keerpunt wordt gemaakt
• Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of startblok), gevolgd door 75 m samengestelde rugslag
• Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een startsprong, gevolgd door 75 m borstcrawl, waarbij minimaal 1 tuimelkeerpunt wordt gemaakt
• Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of startblok) met wedstrijdstart, gevolgd door 75 m rugcrawl, waarbij minimaal 1 keerpunt wordt gemaakt
• Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een startsprong, gevolgd door 15 m vlinderslag
• Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong naar keuze, een aantal slagen schoolslag zwemmen, onmiddellijk gevolgd door het maken van een hoekduik en daarna onder water een hoepel van de bodem optillen (deze bevindt zich horizontaal op de bodem, minimaal 2 m diep), er doorheen gaan en vervolgens weer boven water komen
• In het water, rugligging, handen bij de heupen, 5 m wrikken (stuwen) in de richting van het hoofd, aansluitend een salto achterover gehurkt
• Starten in het water, 10 m zwemmen met de bal met de polocrawl, met z’n tweeën naast elkaar, de bal twee keer naar elkaar overspelen
30 Seconden ongelijkzijdig watertrappen, waarbij de bal minimaal 3 keer wordt overgegeven van de ene naar de andere hand, ruim boven het wateroppervlak

Diploma 1

Vereiste kleding:
• Lange broek: geen legging - Rok of jurk mag mits deze over de knieën reikt
• T-shirt of blouse met lange mouwen
• Waterschoenen of gympjes

• Te water gaan van de bassinrand of een startblok met sprong naar keuze (helemaal onder water gaan); na het boven water komen aansluitend
• al watertrappend, van een (meegenomen of toegeworpen) plastic zak een drijfmiddel maken en hiermee 30 seconden blijven drijven; aansluitend
• proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen
• Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een kopsprong, direct gevolgd door (zonder boven water te komen)
• onder water oriënteren en onder water zwemmen door een gat in een verticaal in het water hangend zeil dat zich op 9 meter van de startkant bevindt; vervolgens schoolslag tot 25 meter
• 50 meter enkelvoudige rugslag, 2 keer onderbroken door een koprol achterover
• 50 meter schoolslag, 2 keer onderbroken door: onder een vlot in de lengte (minimaal 1,5 meter) door zwemmen, vervolgens erop klimmen en aan de tegenoverliggende kant eraf gaan, wederom onder het vlot door zwemmen
• proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen
Tweetallen. Een deelnemer die in het water ligt met behulp van een flexibeam of lesplankje naar de kant trekken

Diploma 2

Vereiste kleding: zie zwemvaardigheid 1
• Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong voorwaarts (helemaal onder water gaan); na het boven water komen aansluitend al watertrappend, van een (meegenomen of toegeworpen) plastic zak een drijfmiddel maken en hiermee 1 minuut blijven drijven; aansluitend proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen
• Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een kopsprong, direct gevolgd door (zonder boven water te komen) onder water oriënteren en onder water zwemmen door een gat in een verticaal in het water hangend zeil dat zich op 9 m van de (start-)kant bevindt, waarna (zonder boven water te komen) een pilon op 12 m (van de startkant) wordt aangetikt; vervolgens schoolslag tot 25 m; daarna 50 m enkelvoudige rugslag, 1 keer onderbroken door een koprol voorover en een koprol achterover, daarna
• 50 m schoolslag, waarbij 1 keer het volgende onderdeel wordt uitgevoerd met tweetallen: deelnemer A en B zwemmen naar elkaar toe, deelnemer A legt de handen op de schouders van deelnemer B en duwt deze even onder water terwijl hij/zij er overheen zwemt. Deelnemer B zwemt onder deelnemer A door; proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen
• Tweetallen. Vanaf de kant met een hurksprong te water gaan met een flexibeam of lesplankje in de hand, vervolgens de kant vastpakken, flexibeam of lesplankje laten vastpakken door de deelnemer die in het water ligt en deze naar de kant trekken.
NB. Het kledingpakket is: badkleding T-shirt, blouse of hemd met lange mouwen lange broek (lange broeken die naadloos aansluiten op de huid zijn niet toegestaan) schoenen (plastic, leren en sportschoenen zijn toegestaan; schoenen zonder echte zool zijn niet toegestaan)

Diploma 3

Vereiste kleding: zie zwemvaardigheid 1
• Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong voorwaarts (helemaal onder water gaan); na het boven water komen aansluitend al watertrappend, van een (meegenomen of toegeworpen) plastic zak een drijfmiddel maken en hiermee 30 seconden blijven drijven, daarna onder water gaan, de plastic zak legen, weer boven komen en opnieuw met lucht vullen en 30 seconden drijven, proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen
• Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een kopsprong direct gevolgd door (zonder boven water te komen) onder water oriënteren en onder water zwemmen door een gat in een verticaal in het water hangend zeil dat zich op 9 meter van de startkant bevindt, waarna (zonder boven water te komen) een pilon op 15 meter wordt aangetikt; vervolgens schoolslag tot 25 meter, daarna 50 meter enkelvoudige rugslag, 1 keer onderbroken door twee koprollen voorover en twee koprollen achterover; daarna 50 meter schoolslag, onderbroken door: een hoekduik, onder water door een poortje heen, een halve draai om de lengteas maken naar rugligging en zo boven water komen; proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen
Tweetallen. Vanaf de kant met een hurksprong te water gaan met een flexibeam of lesplankje in de hand, flexibeam of lesplankje laten vastpakken door de deelnemer die minimaal 10 meter vanaf de kant in het water ligt en deze 10 meter in rugligging naar de kant trekken

Huisregels

Onderstaande regels gelden tijdens, voor en na de zwemles.

- De eerste les mogen ouders de kinderen in de zwemzaal brengen. Daarna worden de kinderen door de zweminstructeur opgehaald   uit de kleedkamer.
- In de kleedkamer in Bunnik niet met schoenen op de witte vloer lopen.
- In de zwemzaal met blote voeten of op slofjes lopen.
- Informeren naar de vorderingen van het kind : tijdens de kijkles (zevende les van de zwemperiode) of via de mail.
- Tijdens de kijkles kunnen ouders de laatste 20 minuten van de les bijwonen in het zwembad.
- Jongens een aansluitende zwembroek (zwemt makkelijker).
- Meisjes geen rokjes over het badpak.
- Lange haren, zowel voor jongens als voor meisjes belemmert het leren zwemmen, met name de borstcrawl.
  De haren uit het gezicht houden door een staart of een badmuts.
- Voor kinderen van de 2 uurslessen: een badjasje of badlaken meenemen in de zwemzaal.
- Vóór de zwemles naar het toilet gaan.
- Eventuele pleisters vóór de zwemles verwijderen.In de zwemzaal niet hard lopen.
- De zwemschool is niet aansprakelijk voor ongevallen, schade en/of zoekgeraakte eigendommen.

Meest gestelde vragen.

Wat is de beste leeftijd om met zwemles te beginnen?

Bij De Blauwe Watervogel kunnen kinderen beginnen met zwemles als ze vier jaar zijn. Of dit de goede leeftijd is hangt af van het kind: de motorische ontwikkeling, het vermogen instructies om te zetten in zwembewegingen en het functioneren in een groepje. Op vierjarige leeftijd gaan kinderen naar de basisschool en dat vergt veel energie; de vraag is of de zwemles dan een plezierige vorm van ontspanning is of een nieuwe opgave? Is de school al inspannend, dan is het verstandig te wachten met zwemles totdat het kind minstens viereneenhalf jaar is

Wat betekent ABC-zwemveilig?

Vroeger werd het zwemmen vaak beperkt tot het A- en B-diploma. Voor deze beide diploma's  was het voldoende om op de buik(schoolslag) en rug(enkelvoudige rugslag) te kunnen zwemmen. Voor B moest dan nog 7 meter onder water gezwommen worden.
Voor het huidige zwemdiploma A moeten kinderen niet alleen de school-en rugslag beheersen maar moeten ze ook de begintechniek van de borst- en rugcrawl in praktijk kunnen brengen. Ook het onder water zwemmen(3 meter)staat op het A-diploma bij de eisen.
Voor het zwemdiploma B zijn de afstanden langer en moeten en zwemslagen beter zijn qua techniek. Het zwemdiploma C maakt kinderen tot goede zwemmers die zich overal, in verwarmde zwembaden maar ook in open water, vrijelijk begeven en bewegen. Ze kunnen dan een goede duik maken, 9 meter onder water zwemmen. Op de website kunt u de eisen voor de verschillende diploma’s vinden.

Geeft De Blauwe Watervogel ook snelcursussen?

Nee, snelcursussen, turbolessen of andere cursussen waarin kinderen in korte tijd, drie of vijf maanden, intensief zwemles hebben en daarna voor het diploma zwemmen, worden niet gegeven door De Blauwe Watervogel.
Kinderen hebben de herhaling nodig verspreid over langere tijd om de zwemslagen te automatiseren. Bij korte, intensieve cursussen leren kinderen vaak het 'kunstje', maar als er niet meer regelmatig gezwommen wordt, kunnen ze de zwemvaardigheid verliezen. Zijn de slagen eenmaal geautomatiseerd, dan raken ze die niet meer kwijt. Hoe lang doen kinderen over het behalen van diploma's?
Meestal hebben kinderen een jaar(veertig weken, waarvan drie periodes van 2 uuren 1 periode van 1 uur(afstandzwemmen) nodig om het A-diploma te behalen. Dit geldt voor de 2-uurslessen; hebben kinderen 1 uur per week les, dan zijn ze gemiddeld 50 tot 60 weken bezig. 80% Van de kinderen die oefenen voor het B-diploma, behalen dat na tien lesweken. Het C-diploma wordt door 70% van de kinderen na tien lesweken behaald.
Hoe snel een kind kan zwemmen hangt voor een groot deel van het kind af: de motorische ontwikkeling, het watervrij zijn, het functioneren in een groepje en het vermogen om instructies om te zetten in bewegingen die bij het zwemmen horen. Natuurlijk speelt de instructie ook een belangrijke rol: hoe meer persoonlijke aandacht een kind krijgt, hoe sneller het de zwemslagen onder de knie krijgt. Waarom duurt het behalen van het A-diploma (relatief) langer dan het behalen van volgende diploma's?
De eisen voor het A-diploma zijn de laatste jaren steeds zwaarder geworden. De kinderen moeten voor het A-diploma de techniek van de school- en rugslag beheersen, evenals de borst- en rugcrawl. Ook wordt verwacht dat ze zich kunnen oriënteren onder water(door het duikgat zwemmen).
Ook begonnen kinderen met zwemles als ze zes, zeven of acht jaar waren. Op die leeftijd leren kinderen sneller zwemmen dan kinderen van vier of vijf jaar.
Is de basis goed, en de basis is het A-diploma, dan is de periode tot de volgende diploma's ook korter. Moeten kinderen watervrij zijn voordat ze beginnen met zwemles?
Dat is niet perse noodzakelijk; het geeft de kinderen bij de start wel meer zelfvertrouwen omdat ze zich prettig voelen in het water. Tijdens de zwemlessen wordt aandacht besteed aan watervrijheid, maar de kinderen leren ook de techniek van de zwemslagen aan, ook al zijn ze niet (helemaal) watervrij.

Mogen ouders bij de zwemlessen aanwezig zijn?

Bij de eerste zwemles kunnen ouders het eerste kwartier de les bijwonen, totdat de kinderen gewend zijn aan de nieuwe situatie.
De zevende les is een kijkles: ouders kunnen dan het laatste half uur van de les bijwonen in de zwemzaal en eventueel vragen stellen aan de zweminstructeur.Als ouders vragen hebben kunnen die altijd via de mail gesteld worden.
Telefonisch zijn we te bereiken van maandag tot en met vrijdag van 9 tot 12 uur: 0577 413006 of 06 4041515.  

Wordt er bij De Blauwe Watervogel gebruik gemaakt van een leerlingvolgsysteem?

Nee, we delen geen stickers, kleurtjes of cadeautjes uit als kinderen een bepaalde zwemvaardigheid beheersen. Vooral bij kinderen die net starten met de zwemles staat het plezier voorop en soms is de zwemles zelf spannend genoeg. We willen de kinderen op een ontspannen wijze zwemmen leren en daar hoort in onze visie geen scoringssysteem bij.

Hoe worden de vorderingen van de kinderen beoordeeld?

Omdat de groepjes klein zijn, zes tot acht kinderen, is de instructeur op de hoogte van de vorderingen van de kinderen. De kinderen worden in het begin iedere zwemperiode ingedeeld in drie verschillende niveaus. In Bunnik en Zeist zijn er meer dan drie groepen tegelijk bezig en dus zijn er twee groepen van gelijk naast elkaar bezig.

Welke drie niveaus zijn er?

Niveau1: aandacht ligt op watervrij maken en begin maken met de beenslagen(Kikker)
Niveau 2: aandacht ligt op het verbeteren van de beenslagen en start maken met de combinatieslagen(Goudvis)
Niveau 3: aandacht voor de combinatie van de zwemslagen(Dolfijn)
Als  de kinderende techniek van de zwemslagen beheersen en helemaal watervrij zijn, gaan ze naar de groep Afstandzwemmen. In deze groep bereiden kinderen zich voor op afzwemmen voor diploma A. Blijven de kinderen de hele zwemles op dezelfde tijd en locatie zwemmen?
Dat kan< omdat we aan het eind van de periode altijd kijken waar het kind het best op zijn plek is; soms is verandering goed(bijvoorbeeld naar een groter bad of juist een kleiner, warmer bad en soms niet).

Gaan kinderen na het Afstandzwemmen diplomazwemmen?

Aan het eind van de periode Afstandzwemmen wordt bekeken welke kinderen kunnen meeedoen aan het proefzwemmen(2 lessen van een uur) in zwembad Dijnselburg in Zeist. Na de tweede proefzwemles wordt bekeken welke kinderen kunnen deelnemen aan het diplomazwemmen. Kunnen ze niet deelnemen aan het diplomazwemmen, dan hebben ze de derde les op zaterdag. Bij deze les mag een ouder meezwemmen.

Waarom moeten de kinderen afzwemmen in een ander zwembad dan het bad waar ze zwemles hebben gehad?

De kinderen zwemmen af in het wedstrijdbad van de Dijnselburg in Zeist. Dit is een zwembad van 25 meter en het water is kouder dan ze gewend zijn: 29C. Voor de veiligheid van kinderen is het belangrijk dat ze in verschillende situaties in andere omstandigheden zich ook kunnen redden. Dat leren ze door kennis te maken met verschillende zwembaden.

Gaat het hele groepje na de periode over na het volgende niveau?

Omdat wij de kinderen individueel bekijken kan het zijn dat kinderen tussentijds naar een andere groep gaan omdat ze nog moeite hebben met de groep of omdat ze toe zijn aan nieuwe leerervaringen. Het is ook mogelijk date en kind tijdens een les even naar een ander groepje gaat, bijvoorbeeld omdat het moeite heeft met de borstcrawl en in de groep ernaast die slag geoefend wordt.

Houden kinderen dezelfde instructeur?

Na tien weken krijgen de kinderen meestal een andere instructeur. Bij de lessen van 2 uur krijgen de kinderen na het eerste uur les van een andere instructeur. Zo wennen de kinderen aan alle instructeurs en kunnen instructeurs met elkaar makkelijker overleggen over de kinderen omdat ze (bijna) alle kinderen kennen.   Is 2 uur zwemles niet te lang voor kinderen? De lessen worden aangepast aan de 2 uur. Het eerste uur worden nieuwe vaardigheden aangeleerd. Na het eerste uur is ere en korte pauze. Kinderen rusten dan uit in een badjasje en drinken een sapje(verzorgd door Blauwe Watervogel). Na de pauze worden geleerde vaardigheden herhaald en worden oefeningen gedaan die minder concentratie vragen(springen, duiken, onder water zwemmen etc.).De ervaring leert dat kinderen na 2 uur nog weinig zin hebben om het bad te verlaten.

Is er een wachtlijst?

De wachtlijsten voor de diverse locaties en tijden zijn sterk verschillend. Deze varieert van 2 tot 6 maanden.